Please install Flash® and turn on Javascript.

Geschiedenis

Onderstaand artikel is voor een groot gedeelte overgenomen van www.oudterapel.nl

Het natuurzwembad dat zuidelijk ligt van het huidige zwembad "Moekesgat" heeft een interessante geschiedenis. De plas ligt op een terrein dat oorspronkelijk eigendom was van de heren Stoker en Beckmann (hotel de Posthoorn). Rond 1920 werd "het gat" uitgegraven door de aannemers Schaap en Tieke uit Stadskanaal ten behoeve van de ophoging van van het spoorwegemplacement. Na het graven werd "het gat" al snel door de jeugd als zwembad gebruikt. Door de afgraving was het terrein eigenlijk waardeloos geworden maar Willem Moeke zag er wel wat in en kocht de hele plas met enige grond eromheen in 1924 voor 100 gulden. Moeke had zijn sporen verdiend als opzichter bij de aanleg van het spooremplacement. In de exploitatie van de plas water als zwembad zag hij wel wat zitten. Na de aankoop begon Moeke met het bouwen van een rij van 32 badhokjes. Veel hulp ook bij de verdere uitbouw van het complex, had Moeke van zijn twee dochters. Ook bij het geven van zwemlessen en het houden van toezicht verleenden zij veel steun. In die tijd kreeg het bad de naam `Moeke's Gat'. de badhokjes en verdere opstallen bevonden zich langs een gedeelte van de zuidzijde van de plas. 

Er ontstond al gauw een vaste kern, waarin tot de oprichting van een zwemclub werd besloten. Met de heren S.Froom, voorzitter, de Graaf, de Groot en Hofkamp als bestuursleden werd de Zwem En Poloclub Ter Apel opgericht. Men organiseerde in de volgende jaren t/m1934 weinig wedstrijden. Wel werd er ieder jaar een feestelijke jaarvergadering gehouden in het boschhuis. Vanaf 1934 begon Zepta als echte club fungeren en is dit het start jaartal van Zepta zoals we die nu nog kennen.

Moeke hield het zwembad aan zich tot 30 oktober 1935. Op die dag verkocht hij het gehele zwembadcomplex, waarbij inmiddels ook een woning was verrezen, aan de heer Geert Fietje, een ondernemende kruidenier uit Emmer Compascuum, die op zijn eigen energieke wijze de zaak voortzette en uitbouwde. Ook diens kinderen, van wie met name zijn zoon Geert moet worden genoemd, hadden een belangrijk aandeel in de gang van zaken. De koopsom van het gehele bad, met woning, gebouwen etc. bedroeg toen f 4.000,--.

Uitbouw en verfraaiing gingen voort. Er kwamen roeiboten, kano's, allerlei speelobjecten in het ondiepe en het diepe gedeelte. Vele Ter Apelers zullen zich de waterfiets, het vlot en de 'poale' nog herinneren. Zwemles van Geert Junior was een weinig zachtzinnige zaak. Met harde hand werden de diverse oefeningen gegeven, nagenoeg steeds met goede resultaten.


Het leugenbordje
Het grootste leugenbordje in het zwembad was het temperatuurbordje. Dit bordje hin in "het gebouw" recht tegenover de ingang. Als het mooi weer was, werd er zomaar een temperatuur opgeschreven. De mensen hebben dan ook heel wat keren gezwommen in water van 15 graden i.p.v. de aangegeven 20 graden.

De drukte in de zomermaanden werd groter, omdat steeds meer mensen de zwemsport wilden beoefenen. In de jaren tijdens en na de Tweede Wereldoorlog moest Fietje dikwijls worden geassisteerd door badjuffrouwen. In het 'gebouw' werd snoepgoed, limonade en dergelijke verkocht en men kon er een badpak huren. Boven op het gebouw kon men zonnen. Een enkele waaghals heeft het gepresteerd om boven van het gebouw af in het aangrenzende ondiepe water (± 1 meter) te duiken. Het was inmiddels een fraai complex geworden. Ter weerszijden van het hoofdgebouw lange rijen kleedhokjes; aan de oostzijde voor dames, aan de westzijde voor heren.

Vanaf de Sellingerstraat liep een zandpad tot aan de Viaductstraat langs de zuidzijde van het zwembad. Vanuit het dorp kon men binnendoor over het spoorwegcomplex

Het bad diende niet alleen de zwemmer, ook de visvereniging was een gretig gebruiker van het water, maar dan in het bijzonder van het buitenwater. Langs de oevers waren, zeer rustiek ogende, vissteigers aangebracht. Menige visser heeft daar vele plezierige uurtjes doorgebracht.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het diepste gedeelte van het buitenbad nog benut voor deponering van gevonden Duits wapentuig (zgn. Panzerfausten en dergelijke), terwijl nadien Poolse militairen, die deel uitmaakten van het Canadese bevrijdingsleger er met behulp van handgranaten, die ze onder water lieten ontploffen, de visvangst beoefenden.

Voor de kleedhokjes liep een betonnen pad. Centraal gelegen voor het hoofdgebouw was het ondiepe bad, waarin palen met rekstok en ringen; langs de noordzijde van het ondiepe bad was een betonnen loopbrug. Voor de dames- en herenkleedhokjes waren grote zandspeelbakken. Aan de dameszijde stond in de zandbak een grote watertoren, waarin het water voor de douches werd opgepompt. Vlak daarbij een rolglijbaan met duiktoren. Een sensatie was het om staande van de rolglijbaan af te `glijden'.

Nabij de andere zijde van het bad was een aantal duikplanken geplaatst, hoge en lage. Ook was daar de 'haven', waarin de roeiboten en kano's lagen die voor de verhuur waren bestemd.

De verfbeurt
Het zwembad was in de beginjaren het modernste zwembad van het noorden. Maar in de loop van de jaren werd het verval steeds duidelijker zichtbaar. Omdat Zepta in de jaren 60 weer begon op te bloeien en er steeds meer andere verenigingen in het zwembad kwamen, vond Zepta dat het tijd werd voor een opknapbeurt. Omdat Fietje er niets meer aan deed, besloot men dit zelf te gaan doen. Fietje vond dat een prima idee, want het was dan niet zo duur als wanneer je vakmensen inschakelde/ Hij zou zorgen voor de carbolineum en Zepta zorgde voor de rest. Voor de carbolineum werd gezorgd, maar de kleuren waren niet bepaald je van het. Grasgroen en kanariegeel!!!  Schuren was niet nodig, wnt de oude verf was er al lang af. De eerste kwasten werden in depotten verf geduwd. Maar toen de eerste kwasten op het hout belanden bleek dat het hout zo schreeuwde om een lik verf, dat je maar kom blijven strijken. De verf werd er helemaal in opgezogen en trok dwars door de planken heen. De deuren kregen de groene kleur en knapten helemaal er danig van op. Alle hokjes kregen opnieuw een nummen, die nu wel duidelijk leesbaar was. Het was een heel karwei, maar toen het klaar was, zag het er een stuk netter uit, zodat het niet voor niets was geweest.

De hokjes
Fietje was altijd erg zuinig aangelegd en verspilde niets. Zo gebeurde het een keer in het voorjaar, dat Heini weer bij Fietje aan het werk zou. Fietje had achter zijn huis een enorme stapel sinasappelkistjes liggen. Heini vroeg aan Fietje: " Wat will'n ie toch met al dei kissies?" Fietje antwoorde: "Nou Heini kiek, in al dei hokkies zitt'n zo veul kier'n en goat'n  en nou har ik mie toudogt dast doe al dei goat'n moar miet dei kissies dicht moak'n solst."

Heini is er dagen mee bezig geweest, maar het heeft niet mogen baten, want aan een vrachtauto vol hout had hij nog niet genoeg om alle gaten , die in de hokjes zaten dicht te maken. 

Nieuw zwembad


Inmiddels waren in de zestiger jaren in Ter Apel plannen ontstaan om te komen tot de realisering van een modern zwembad. Fietje Sr. had weinig animo om op zijn (inmiddels gevorderde) leeftijd nog grote en kostbare investeringen te doen in en om het zwembad. Onderhandelingen met de gemeente Vlagtwedde om tot overname te geraken, leidden niet direct tot resultaten. Wel werd door de gemeente een nieuw zwembad, genaamd "Moekesgat" gebouwd grenzend aan de noordzijde van de plas van Fietje. De opening van het nieuwe bad met bijgelegen camping had plaats in 1966. De toen zeer bekende televisie clown Pipo was ter opluistering aanwezig.

Het nieuwe bad had 1.076.000,-- gulden gekost. Een belangrijk deel van de kosten is gekomen uit bijdragen van de Ter Apeler bevolking; de acties daartoe werden verzorgd door de 'Stichting Zwembad Ter Apel'. In het jaar 1972 verkreeg de gemeente Vlagtwedde het oude echte Moekesgat in eigendom. Fietje Sr. had graag andere ontwikkelingen gezien; evenwel de tijden veranderen. In eerdere tijden was Fietje de respect afdwingende particuliere ondernemer. Toen vrijwel nergens een gemeente iets deed op het gebied van recreatie zoals Fietje dat deed, begreep hij dat daar de uitdaging voor hem lag. Het `natuurwater' was daarbij zijn compagnon; zijn minachting voor chloorwater was dan ook begrijpelijk groot. Niettemin is ook de naam Fietje blijven voortleven. Was Fietje vroeger de plaats waar velen gingen zwemmen, thans is het de plaats waar in strenge winters velen gaan schaatsen.

Het is daarom goed de namen `Moeke' en 'Fietje' nog eens naar voren te halen.